Veel verzekeringsartsen schrijven in hun verslag van de beoordeling van een patiënt met ME/cvs of Post Covid, dat er gedurende het gesprek van meestal 60 minuten geen tekenen van concentratieverlies zijn. Ze missen daardoor beperkingen en waarschijnlijk percentages arbeidsongeschiktheid. Ernst Jurgens toetst die indruk aan de wetenschap en vakinhoudelijke principes en maakt duidelijk dat functioneren tijdens een gesprek niet gelijk staat aan cognitieve belastbaarheid. Belangrijk voor een zorgvuldige beoordeling bij aandoeningen zoals ME/cvs en Post-Covid, waarin beperkingen vaak pas zichtbaar worden onder belasting en in de tijd.
Bij Vermoeidheidkliniek zijn we het helemaal met hem eens. Daarom hebben we zijn verhaal breder toegankelijk proberen te maken, maar kun je ook hier de oorspronkelijke tekst op LinkedIn lezen.
60 minuten praten ≠ cognitief gezond! Ernst Jurgens, bedrijfsarts, medisch bioloog, praktijkopleider, klinisch arbeidsgeneeskundige, 22 februari 2026
Er lijkt in de praktijk van vele verzekeringsartsen een hardnekkige overtuiging te bestaan: als iemand met Post Covid of ME/cvs gedurende 45–60 minuten een samenhangend gesprek kan voeren, dan zouden er geen beperkingen zijn in aandacht, tempo, geheugen, doelmatig handelen of mentale belastbaarheid. Die redenering is aantrekkelijk in zijn eenvoud, maar wetenschappelijk en vanuit medisch perspectief gezien problematisch. En je mist beperkingen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) een belangrijke basis om arbeidsongeschiktheid te bepalen.
Een gesprek in een spreekkamer is geen neutrale test van cognitief functioneren. Want de beoordelend arts stuurt het gesprek. Veel cognitieve functies die in arbeid heel belangrijk zijn worden dan nauwelijks belast. Dat is precies waarom in onderzoek naar ME/cvs en Post Covid gebruik wordt gemaakt van specifieke taken waarin juist onder cognitieve belasting afwijkingen zichtbaar worden (Hall et al., 2023; Kutz et al., 2026).
Daarnaast is er het fenomeen van compensatie. Veel patiënten bereiden zich voor, rusten soms dagenlang om energie op te bouwen en functioneren tijdelijk boven hun duurzame niveau. Dat zegt iets over motivatie en omgaan met de klachten en beperkingen, maar weinig over belastbaarheid.
Bij deze postvirale ziekten ligt de kern bovendien vaak in mentale vermoeidheid en vertraagd herstel na inspanning. Juist dat blijft buiten beeld in een momentopname. De vraag is niet alleen: kan iemand het nu? Maar ook: kan iemand het herhaald, onder druk, gedurende dagen en weken, zonder terugval? De literatuur beschrijft dit fenomeen als PEM: inspanningsintolerantie, waarbij cognitieve prestaties en de werking van het zenuwstelsel onder belasting verslechteren (Østergaard, 2021; Komaroff & Lipkin, 2023). Het onderscheid tussen capaciteit en duurbelastbaarheid is voor bedrijfs- en verzekeringsartsen fundamenteel. Toch lijkt dit onderscheid in de praktijk soms te vervagen. Dat is risicovol. Niet alleen voor patiënten, maar ook voor de kwaliteit en geloofwaardigheid van hun vak.
De groeiende literatuur over ME/cvs en Post Covid laat zien dat cognitieve stoornissen vaak pas zichtbaar worden onder gerichte en langdurige belasting, met objectieve aanwijzingen voor diverse verstoringen (Adingupu et al., 2023; Chien et al., 2024; Kutz et al., 2026). Dit vraagt om een andere manier van kijken: minder focus op de indruk in het gesprek, meer aandacht voor functioneren in de tijd, herstelvermogen en context. Het voeren van een gesprek zegt iets. Maar niet wat we er soms van wordt gemaakt. Misschien is het tijd om deze mythe los te laten en de beoordeling weer baseren op wat artsen al lang weten: belastbaarheid is geen momentopname, maar een dynamisch proces.