In *“Nature: When do infections lead to long COVID? Scientists close in on triggers and treatments for post-viral syndromes”* (Simon Makin, 2 september 2026), wordt beschreven dat het onderzoek naar langdurige gevolgen van infecties, zoals Post Covid en ME/CVS, snel vooruitgaat. De belangrijkste boodschap is dat deze aandoeningen steeds duidelijker als biologische ziekten worden gezien, hoewel de precieze oorzaak per patiënt kan verschillen.
Onderzoekers richten zich op verschillende mogelijke mechanismen: een ontregeld afweersysteem, aanhoudende laaggradige ontsteking, auto-antistoffen en mogelijke aanwezigheid van virusresten in het lichaam. Ook heractivatie van slapende herpesvirussen, veranderingen in kleine bloedvaten, verstoring van het autonome zenuwstelsel, veranderingen in de darmflora en problemen met de energievoorziening van cellen worden onderzocht. Waarschijnlijk spelen bij verschillende patiënten verschillende combinaties van deze factoren een rol.
Er bestaan nog geen behandelingen waarvan overtuigend is aangetoond dat zij voor alle patiënten effectief zijn. Wel worden antivirale middelen, afweergerichte behandelingen en ontstekingsremmers onderzocht. Kleine studies geven soms hoopgevende resultaten, maar zijn meestal nog te beperkt om er definitieve conclusies aan te verbinden. Zo liet een grotere studie met het antivirale middel Paxlovid vooralsnog geen duidelijk effect zien bij Post Covid.
Volgens het Nature-artikel is een belangrijk knelpunt het ontbreken van betrouwbare biomarkers: testen die kunnen aangeven welk biologisch proces bij een individuele patiënt het meest op de voorgrond staat. Zulke tests zijn nodig om patiënten beter in subgroepen te kunnen indelen en om behandelingen gerichter te onderzoeken. Grote onderzoeksprogramma’s verzamelen daarom bloed, weefsel en andere lichaamsmaterialen van grote aantallen patiënten. De verwachting is dat vooruitgang waarschijnlijk zal komen door behandeling op maat voor specifieke patiëntgroepen, eerder dan door één oplossing die voor iedereen werkt.
Internist dr. Mark Seubert